OVER TECHNOLOGIE EN JE EIGEN WEG ZOEKEN

GREET BALDEWIJNS WAS EEN KOPPIGE PUBER DIE NIET VEEL ZIN HAD IN STUDEREN. NU IS ZE DOCTOR INGENIEUR EN GEEFT LES AAN TOEKOMSTIGE INGENIEURS.

“JE KAN NIET GELOVEN HOE GOED HET VOELT ALS JE DE JUISTE RICHTING BEETHEBT” EN “ALS INGENIEUR HEB JE IMPACT OP MENSENLEVENS”


“Het is mijn ouders een paar keer overkomen: ’s avonds was er geen werkende wekker meer in huis te vinden, ik had ze allemaal uit elkaar gevijsd. Ik was altijd al nieuwsgierig naar hoe dingen werkten, maar als tegendraadse puber zocht ik in het secundair onderwijs de weg van de minste weerstand, voor mij toen economie-moderne talen. Niet de ideale vooropleiding voor wie geïnteresseerd is in technologie. Ik was rotsvast overtuigd dat industrieel ingenieur te moeilijk voor mij was en koos voor - toen nog graduaat - toegepaste informatica. Na mijn diploma twijfelde ik even. Maar het verlangen om te gaan samenwonen was groter dan de drang om verder te studeren. Ik begon les te geven in het secundair onderwijs. Toch bleef de droom om ingenieur te worden knagen, al durfde ik nog niet te springen... En toen belde mijn schooldirecteur: er kwam iemand terug uit loopbaanonderbreking, er waren minder inschrijvingen: er waren helaas volgend jaar geen uren voor mij.



Vier dagen later zocht ik mijn weg naar een schakelprogramma, ik kon studeren met toestemming van de RVA. ‘Doen schat!’, zei mijn man. Fanatiek begon ik wiskunde te blokken. Het advies was om het schakeljaar te spreiden over twee jaar. Dus wilde ik het per se in één jaar doen. Het was met momenten heel, heel zwaar. Gelukkig steunde mijn familie me voluit en de docenten, die zagen dat ik me te pletter werkte, waren altijd bereid extra uitleg te geven. Met ijzeren discipline combineerde ik ons gezin en mijn opleiding: in het weekend begon ik bijvoorbeeld om zes uur ’s ochtends te studeren om ook tijd over te houden voor de kinderen, toen een peutertje en een kleutertje. Na mijn master kreeg ik de kans om te doctoreren op een biomedische toepassing. Spitstechnologie en medische specialisatie die samenwerken: het fascineerde me enorm. Mijn mama had ten gevolge van een ongeluk als een van de allereerste patiënten een neurostimulator voor de blaas. Die neurostimulator maakt een enorm verschil voor haar. Als ingenieur levenskwaliteit creëren, dat wilde ik doen. Mijn doctoraat ging over valrisico inschatten en valpreventie. Op het einde van mijn doctoraat was ik een van de ingenieurs in project ‘Ingenieurs in het woonzorgcentrum’ in Edouard Remy in Leuven. In het woonzorgcentrum hadden we meetopstellingen in de kamers van de bewoners, ik was er elke week. Het was een immense ervaring, die samenwerking met mensen van het veld en de interactie met de senioren die enthousiast wilden bijdragen aan mijn onderzoek. En soms, als een bewoner stierf was het ook heel emotioneel. Nu geef ik les aan toekomstige ingenieurs op KU Leuven campus Geel, ik doe het verschrikkelijk graag. Ik probeer de studenten te overtuigen dat programmeren tof is. En verder doe ik ook nog onderzoek. Ik heb geen standaardtraject gelopen, maar ik heb van geen enkele keuze spijt: als achttienjarige was ik nooit zo ver gekomen. Je kan niet geloven hoe goed het voelt als je de juiste richting beethebt. Bij de ingenieurs starten was echt thuiskomen, ik had zo’n enorme drive dat ik mijn achterstand kon inhalen. Vaak schuiven we als moeder alles opzij voor onze kinderen. Niet iedereen ziet dat zo, zelfs niet in 2018, maar je kan geen goede moeder zijn als je zelf ongelukkig bent. Dat zou ik aan iedereen en zeker aan moeders willen meegeven: stop niet met dromen! En durf ervoor gaan!"